Den Haag – Lang stond het leeg, maar de herontwikkeling van veemgebouw Pakhuismeesteren is nu toch van start. Het vervallen monument op de Wilhelminapier krijgt een nieuwe fundering en een nieuwe opbouw. Straks fungeert het als hotel en ‘Mercado’. 

Boorstellingen drijven diep onder het gebouw 429 schroefinjectiepalen de grond in. Aan de schroefpunt wordt telkens een nieuwe buisstuk van een meter bevestigd, totdat de paal een diepte van 20 meter bereikt. Tijdens het boren injecteert de radiografisch bediende machine per paal zo’n 700 tot 800 liter grout, ter vergroting van de draagkracht. Dat wordt aangevoerd van buitenaf via een tientallen meters lange leiding. “De ruimte is dan ook erg krap”, vertelt Kees Steinfort van funderingsspecialist P. van ’t Wout diep in het donkere gebouw. “We hebben de twee stellingen opnieuw vanaf de rupsbanden moeten opbouwen om ze hierin kwijt te kunnen.” De 70 centimeter brede en 1,80 meter hoge ‘minischroefinjectiepaalstellingen’ draaien dagelijks zo’n acht palen de grond in.

Pakhuismeesteren is een historische blikvanger op de Wilhelminapier. De opschriften Sumatra, Java, Borneo en Celebes verwijzen naar de vroegere functie van het gebouw. Ooit werden hier specerijen en thee uit Nederlands-Indië opgeslagen. Het originele gebouw uit 1898 brandde af in 1937, maar op de oude fundering en beganegrondvloer werd vanaf 1941 een nieuw pakhuis gebouwd.

De originele houten paalfundering werd destijds hergebruikt. Die voldoet nog, het huidige funderingswerk is vooral bedoeld voor de twee extra verdiepingen die boven op het gebouw komen. De nieuwe dakopbouw is licht – een staalskelet met prefab houtskeletbouw – maar de nieuwe palen moeten wel elk 90 ton gaan dragen. Op de boorpalen komt een 30 centimeter dikke betonvloer, die wordt afgesteund op niveau 0. Nieuwe vloer en fundering spelen ook een rol bij de herverdeling van krachten in het gebouw, om de indeelbaarheid van het hotel (230 kamers) en de Spaanse markthal (Mercado) op de begane grond te verbeteren. In de kelder worden enkele brede, gemetselde poeren afgeslankt om ruimte te maken voor een parkeergarage. Het is niet uitgesloten dat het bestaande betonskelet meer draagkracht heeft dan gedacht, maar tekeningen ontbreken.

Het pakhuis oogt na twintig jaar leegstand als een ruïne, maar de technische problemen zijn te overzien. Sommige deuren en kozijnen zijn zwaar aangetast en hier en daar kampen gevelelementen met betonrot. Maar de constructie is stabiel. Stalen korsetten rond de originele kolommen zijn al uit voorzorg geplaatst tijdens het zware heiwerk aan de naastgelegen wolkenkrabber De Rotterdam.

Hoewel het funderingswerk trillingsvrij gebeurt heeft aannemersbedrijf Van Agtmaal recentelijk ook stabiliteitsschermen geplaatst. Dit met het oog op de forse ingrepen die eraan komen. Om de daglichttoetreding te vergroten zaagt de aannemer een aantal vloervelden uit het gebouw. De ontstane openingen vormen straks een atrium in het hart van het gebouw. De gevel krijgt om dezelfde reden een groot aantal nieuwe openingen. Daarin komen ramen in passende stijl. Van bovenaf maakt de aannemer een grote centrale lichtstraat. De gemetselde gevels worden opnieuw gevoegd en gereinigd, maar met grote omzichtigheid. Het ruwe uiterlijk en typerende opschriften als ‘Verboden te Rooken’ moeten intact blijven.

Het optoppen met twee lagen hotelkamers en longstayappartementen zorgt naar verwachting voor een extra zetting van 5 tot 7 millimeter. Met het oog daarop brengt P. van ’t Wout de nieuwe palen vooraf op spanning. Een paar nieuwe funderingspalen zijn bestemd voor de topkraan die straks over het dak wordt gehesen en in het hart van het gebouw wordt geplaatst. De kraan krijgt een krappe draaicirkel: vlak achter het gebouw staat De Rotterdam, ervoor begint op 10 meter afstand de bouwput van hoogbouwproject Bostons & Seattle, dat twee torenkranen gebruikt.